Voetbal, een stammentwist

TEKST groter lettertype kleiner lettertype

donderdag 2 juli 2015 om 17:52 uur.    |    Terug naar Proza
Dit werk werd reeds 1356 maal bekeken.


Voetbal, een stammentwist

verscheen in de rubriek ‘De mening’ van het magazine deMens.nu-Unie Vrijzinnige Verenigingen. 

Bedragen die ratelen als cijfers op een bezinepomp. Vroeger moest ik geeuwen alsof ik beurskoersen las. Nu duizel ik. Slechts zijdelings lees ik weerwerk. Verder geen onvertogen woord. Het lijkt wel alsof we een suppositoire genomen hebben die ons blind maakt voor uitzendrechten, licenties, commerciële tricolore toeters en bellen en kijkcijfers van praatprogramma’s.

Metaforen opgehokt in commentaren getuigen van medeplichtigheid. Georkestreerd etteren ze op het scherm. Onwaarschijnlijk hoe in stamverband de Homo Ludens, de spelende mens wordt aanbeden, men zich schatplichtig maakt aan belangrijke belangen: die van de Fifa, betonboeren in Zuid-Afrika, de Braziliaanse overheid. Middelen van een samenleving worden verbrast, sociale voorzieningen lossen op, slavenarbeid van Nepalezen in Qatar.                                                                                          

Een nieuw WK? Onze jongens zullen het er weer goed doen. Voor vorst en vaderland. Dit geliefde land dient men op de kaart te zetten. Voor de bijbehorende spionkop staat de luchtmacht paraat. Zet de Jupiler maar al koud. In een straal van twee kilometer rond elk stadion zijn de exclusieve verdeelrechten al lang door Ambev gekocht.  

Een afgehakt hoofd, ‘Red or Dead’: een iconisch beeld van de wedstrijd Standard-Anderlecht begin dit jaar. De walm van waanzin weegt te licht als omschrijving. Ik hoorde krijsende volksstammen, zag Eburonen zoals de dappere Belgen uit Caesar’s De Bello Gallico met knots en berenvel in de grotten van Han rondhuppelen. Ofwel was ik verdwaald in een strip van De Rode Ridder met horden Picten die Camelot van Koning Arthur aanvallen, de mooie Guinevere bibberend in de armen van Johan, de ridder waar ik als piepjonge page zo jaloers op was.                           

Helaas, driewerf helaas. Het beeld van stammen die hun oerdriften overschreeuwden, zoekend om te verslinden, IS achterna, vulde die morgen de werkelijkheid. In de beige mok werd mijn ochtendkoffie koud, onaangeroerd lag mijn eerste sigaret opgebrand in de asbak.  

Op mijn thuisadres duik ik soms onder, in mijn kleinst mogelijke roedel op zoek naar veiligheid. Met de afstandsbediening als verweer heb ik er geen para’s nodig. Het is een wapen van onmacht. Ik probeer te vluchten door een warme trui over mijn hoofd te trekken. Helaas zit deze vol gaten. Want noch de wereld noch de schoonheid van de mens kan je ontlopen. Ik blijf me verzetten met zuchtende woorden, met geslepen pen als speer in elk blad papier geplant. Ik blijf me vasthaken aan Pour l’amour de l’humanité van Jean Verdun. Men zegge het voort.




Vorige werk: De dijkhuisjes zijn verdwenen Terug naar overzicht Maatschappij  Volgende werk: Bij de zoveelste wende